Het boek waarop ik mij baseer:

Auteur: J.W. Goethe

Titel: Faust (een tragedie)

Uitgeverij: Athenaeum-Polak & Van Gennep

Hardcover, 534 pagina’s, december 2001

Illustrators: E. Delacroix, Max Beckmann
Soort: Met illustraties
Taal: Nederlandstalig, vertaald door Ard Posthuma
Afmetingen: 117x45x258mm
Gewicht: 1162 gr

 

Engelse tekst van Goethe’s Faust I en II online (Faust II t.e.m. tweede bedrijf van de vijf)

 

The Alchemy website on Levity.com

Goethe’s Faust

 

Dedication – Prelude on the Stage – Prologue in Heaven

The First Part of the Tragedy

Faust’s study
outside the gate of the town
Faust’s study
Faust’s study
Auerbach’s cellar in Leipsic
Witch’s kitchen
A street
A neat little room
A promenade
The neighbour’s house
A street
A garden – A garden house
Forest and cavern
Gretchen’s room – Martha’s garden
At the well -The ramparts -The street before Gretchen’s door.
Cathedral
Walpurgis night – Walpurgis night’s dream
A dismal day. A field. – Night. An open field.
A prison

The Second Part

Act I.
Pleasing landscape

The Emperor’s Palace – The Throne room
A spacious hall
Pleasure garden
A dark gallery
Brightly lighted halls
Hall of the knights
Act II.
Faust’s chamber
Laboratory
Classical Walpurgis night
By the Upper Peneas – By the Lower Peneas – By the Upper Peneas
Rocky coves of the Aegean Sea

 

 

http://www.levity.com/alchemy/faustidx.html

 

 

 

Artikel over de versie van ‘Faust’ vertaald door Art Posthuma (mijn basisboek):

Het laatste bedrijf van Goethes beroemde tragedie toont ons Dr. Faust als machtig heerser over een enorm gebied dat hij zopas op de zee heeft veroverd. Om dit gigantische indijkingsproject te realiseren heeft hij werkelijk alle middelen te baat genomen, en daarbij de meest meedogenloze praktijken geenszins geschuwd: terwijl Mefistofeles, niemand minder de duivel zelf en Fausts helper, als piraat de oceanen afschuimt op zoek naar buit waarmee de werkzaamheden bekostigd kunnen worden, komen onschuldige burgers om in de vlammen wanneer hun onteigende woning in de as wordt gelegd. Alles moet wijken voor Fausts grootheidswaanzin. In zijn ogen betekent deze drooglegging immers de ultieme tour de force, ordening aanbrengen in de grilligste en meest explosieve natuurlijke energiestromen, de verwezenlijking van het ware Verlichtingsideaal dat de mens het recht toekent de wereld door middel van rede en techniek aan zich te onderwerpen. In het voorlaatste bedrijf heeft Faust zijn inpolderingsplan aldus aan zijn helse handlanger ontvouwd:

“Daar viert de vloed zijn triomferend feest,
dan ebt ze af, het blijkt voor niets geweest.
Zoiets bezorgt mij menige koude rilling,
de mateloosheid van die krachtverspilling!
Maar tegelijk word ik erdoor bevleugeld:
ik vecht zolang tot ik hem heb beteugeld.
(.)
Dit is het puurst genot dat ik wil smaken:
de zee haar grootse rijk afhandig maken
en door haar terug te dringen, in te snoeren,
mijn deel te eisen van haar zilte vloeren.
Ik zag alles al voor me, stap voor stap;
jij zult mij moeten helpen, zet je schrap.”
(p. 407)

De triomfator die we hier aan het woord horen, is vroeger een kamergeleerde geweest die, na alle denkbare academische disciplines te hebben beoefend, uit louter onvrede met zijn bestaan een onverbrekelijk pact met Mefistofeles heeft gesloten. Volgens dit verbond zal de duivel hem zijn leven lang bijstaan bij het verwerkelijken van zijn stoutste dromen, op voorwaarde dat Faust na zijn dood de helleprins zal toebehoren. Mefistofeles houdt inderdaad woord en laat Faust de meest doldrieste dingen zien en beleven: behalve verschillende luchtreizen door ruimte en tijd, een drinkgelag met studenten in Leipzig, een heuse heksensabbat en een Klassieke Walpurgisnacht in de Pharsalische velden vol mythologische helden en monsters, een Venetiaans carnavalsfeest aan het keizerlijke hof, staan bovendien twee liefdesaffaires op het programma respectievelijk, in het eerste deel, met de lieve naïeve Gretchen wier hele familie door haar bezeten minnaar uit de weg wordt geruimd, en, in het tweede, met – jawel – Helena van Troje bij wie Faust zelfs een zoon, Euforion genaamd, verwekt. Maar wat uiteraard reeds te verwachten viel, ondanks deze overgave aan steeds excentriekere ervaringen, deze onderdompeling in het rijk van magie en mythe, raakt de doctor nooit volledig verzadigd en ambieert hij telkens weer datgene wat zich zijns inziens nog verder, dieper en hogerop moet bevinden. De uiteindelijke krachtmeting tussen de kennis en de natuur kan daarom ook niet uitblijven. Het is deze hemeltergende confrontatie die zich in Fausts strijd tegen het water voltrekt. Toch heeft de inmiddels blinde honderdjarige vorser, door zorgen gekweld, in wezen geen schijn van kans meer. Terwijl hij zich laaft aan zijn laatste glorieuze visioen – of hallucinatie -, delven de lemuren achter zijn rug reeds zijn graf.

Wat Faust al die tijd echter niet weet – de lezer is al sedert de Proloog ingewijd – en wat ten slotte zijn redding zal inluiden, is dat zijn eigen ziel het object vormt van een weddenschap tussen God en Mefistofeles. De Heer heeft zijn eeuwige tegenstander er namelijk toe uitgedaagd de mens uit zijn toestand van lamlendige apathie te bevrijden en hem met behulp van allerlei verleidingstactieken tot actie aan te sporen. Zonder te beseffen dat hij zelf werd belazerd, hapte Mefistofeles gretig toe. God wist wel beter en blijkt zodoende de doortraptste van het hele stel te zijn: ofschoon Faust eerst wel met volle teugen geniet van het hem aangebodene, moet hij aan het slot van het ‘festijn’ onvermijdelijk zijn Schepper terugvinden. En zo geschiedt het dan ook. Wanneer Mefistofeles zijn lang verbeide beloning wil opeisen, storten ijlings toegesnelde engelen als afleidingsmanoeuvre een regen van rozenblaadjes over de kwade genius uit, terwijl ze er met de ziel van de overledene tussenuit knijpen.

Dankzij de nieuwste Nederlandse vertaling van Ard Posthuma kan dit grootse drama weer een poosje mee. Hoewel de vertaler soms kiest voor een wel erg hip taalgebruik, zodat er in deze Faust woorden voorkomen als “showmaster” en “luchtfietserij”, valt er op zijn knappe prestatie nauwelijks iets af te dingen: de wisselende versvormen, het typerende stemgeluid van ieder personage, en de alomtegenwoordige humor, het komt allemaal zonder gekunsteldheden tot zijn recht. Overigens wil ik vooral op dit laatste aspect de nadruk leggen: van Goethes meesterwerk wordt vaak gedacht dat het, gezien de thematiek, stilistisch zwaar op de hand moet zijn, maar gelukkig wordt dit spijtige misverstand gelijk vanaf de eerste bladzijde in deze nieuwe editie vakkundig ontzenuwd. Hoe diep tragisch Fausts lot ons ook mag toeschijnen, de meester uit Weimar heeft het vooral in komische scènes en geestige dialogen getoonzet. Dit heeft onder andere tot gevolg dat je hoofdzakelijk sympathie opvat voor Mefistofeles, die zich bijvoorbeeld erg ongemakkelijk voelt wanneer hij tussen de heidense wonderwezens van de Griekse oudheid verzeild raakt, en op de keper beschouwd, jarenlang de benen vanonder het lijf jakkert en ten langen leste zelf bij de neus genomen wordt. Ja, zoals Pieter Steinz – weliswaar over Boelgakovs Meester en Margarita – ooit schreef: “wees aardig voor de Duivel want echt, hij is zo slecht nog niet.”

Verschenen in: 1832
De impressie is geschreven door: Piet

http://www.filogopolis.net/literaplein/bibliotheek/boek.php?id=2548

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: